Themaborrel: Energieverbruik van Bitcoin en andere cryptomunten

Tijdens de KEK themaborrel van 20 mei sprak Alex de Vries over de energiebehoefte van cryptocurrency. Hij is Data Scientist en oprichter van de website Digiconomist. KEK’er Gabriëlle Smith schreef een blog over deze themaborrel.

Alex startte Digiconomist in 2014 toen hij erachter kwam hoe inefficiënt het systeem achter Bitcoin was wat betreft energie. Om de informatievoorziening hierover te verbeteren wilde hij up-to-date informatie toegankelijk maken. In de Bitcoin Energy Consumption Index wordt het elektriciteitsverbruik bijgehouden en wordt op jaarbasis én op transactiebasis de CO2-voetafdruk en elektronisch afval berekend. Zijn meest recente berekening laat zien dat Bitcoin in een jaar evenveel elektriciteit verbruikt als heel Nederland, namelijk 119,68 TWh. De universiteit van Cambridge heeft een eigen Bitcoin Electricity Consumption Index ontwikkeld, zij schatten dat energieverbruik zelfs nog hoger is: 123,77 TWh. Volgens Alex zorgt dit voor meer CO2-uitstoot dan er wereldwijd wordt bespaard met het gebruik van elektrische voertuigen. Ook kondigde Elon Musk aan dat Tesla geen Bitcoins meer accepteert als betalingsmiddel vanwege de klimaatimpact van de cryptomunt. Musk tweette op 24 mei ook dat hij in gesprek is met Noord-Amerikaanse Bitcoin miners over het gebruik van duurzame energie.

Waar hebben Bitcoins die energie voor nodig?
Je kunt het maken (‘minen’) van Bitcoins vergelijken met een loterij. Om een Bitcoin blok te maken moet er een getal geraden worden, wat als een geldige handtekening wordt gezien. Om dit getal te vinden, maken computers 180 triljoen berekeningen per seconde waarin alle getallen-opties worden uitgeprobeerd. Ondanks die enorme aantal berekeningen, wordt er ongeveer iedere 10 minuten een nieuw blok gemaakt. Zo’n blok levert 6,25 Bitcoins op, wat met een prijs per Bitcoin van nu rond de €30.000,- veel oplevert. De rekenkracht die hiervoor nodig is wordt gezien als een veiligheidssysteem, maar dit kost enorm veel energie. Bitcoins worden gemaakt in een open netwerk, een decentraal systeem waarin niemand de controle heeft. In principe kan iedereen dus meedoen, maar in de praktijk is dit niet het geval: miners concentreren zich in gebieden waar stroom erg goedkoop is en gebruiken professionele apparaten. Eén derde van de miners zit in Noord-China, waar veel steenkool wordt gebruikt om elektriciteit op te wekken.

Hoe werkt dit bij andere cryptocurrency?
Niet alle cryptomunten zijn even energie-intensief in hun proces. De technologie van Bitcoin gebruikt de zogenaamde Proof-of-Work (PoW) methode, maar er zijn ook cryptomunten die Proof-of-Stake (PoS) methode gebruiken voor hun blockchain. Het PoS systeem gebruikt maar 0,05% van de energie die een PoW systeem gebruikt. De PoS munten zijn alleen veel minder populair dan Bitcoin, die ongeveer 60% van de cryptomarkt bevat. De één na grootste munt Ethereum is al jaren bezig om de overstap van PoW naar PoS te maken, maar wanneer dit zal gebeuren is nog niet duidelijk. Dat is een grote technologische uitdaging – het moet immers nog steeds veilig zijn en goed werken – maar zeker ook een uitdaging in de coördinatie van een gedecentraliseerde gemeenschap. Er is geen centraal gezag, dus iedereen moet overtuigd worden om ook werkelijk de overstap te maken op een afgesproken tijdstip. Op dat moment moeten alle gebruikers dezelfde software update draaien. Doet maar een deel van de mensen dat, dan vindt er een splitsing plaats.

Hoe ziet de cryptocurrency community dit zelf?
Een grote groep is tegen de overstap naar PoS, de miners verdienen immers hun geld met het PoW systeem. Ook Alex zelf krijgt veel negatieve reacties op zijn kritiek op het systeem. Kunnen nationale overheden verduurzaming dan niet afdwingen? Binnen de EU zijn niet veel miners actief, dus actie kan vooral ondernomen worden door een transactieheffing op te leggen of het investeren in cryptomunten te verbieden. Beide opties zullen politiek gezien niet mogelijk zijn, schat Alex in. Toch is het ondenkbaar dat cryptomunten onbeperkt door zullen mogen groeien terwijl landen proberen de wereldwijde klimaatdoelen te halen. Om succesvol klimaatbeleid te voeren kunnen we dit vraagstuk dus niet negeren.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *