Nut en noodzaak van CCS

Het afvangen en opslaan van CO2 onder de grond, is een hot-topic in het klimaatdebat. Tim Speelman en Dianto Leeflang zijn twee KEK’ers die in hun werk veel te maken hebben met deze techniek, beter bekend als Carbon Capture & Storage (CCS). In dit interview vertellen ze, om je op weg te helpen in de discussie, over het nut en de noodzaak voor CCS. Tim en Dianto voeren het gesprek op persoonlijke titel.

Laten we bij het begin beginnen: wat is CCS en waarom is er zo veel aandacht voor?
Tim: CCS is de gehele waardeketen van het afvangen, transporteren en ondergronds opslaan van CO2. CCS is voorlopig nog de enige (bijna) klimaat-neutrale oplossing voor hoge-temperatuurprocessen bij de basisindustrie. Voor dit soort processen zijn duurzame alternatieven nog niet in staat om op korte termijn een oplossing te bieden, om een emissiereductie te bereiken op dezelfde schaal als CCS. CCS is schaalbaar en relatief snel inzetbaar.

Dianto: Het is een van de voordeligste technologieën om juist grote volumes van uitstoot te voorkomen. En daarmee aantrekkelijk. Maar de discussie rond CCS verloopt af en toe moeizaam. Tijdens de onderhandelingen voor het Klimaatakkoord werd CCS door sommige partijen afgeschilderd als minder groene optie: het stopt de uitstoot weg onder de grond. Er bestond angst voor het zogenaamde ‘lock-in’-effect: door CO2 af te vangen zouden fabrieken niet afstappen van fossiele bronnen. Uit de joint fact finding missie van industrie en de NGO’s bleek daarentegen dat de techniek goedkoop, milieuvriendelijk en veilig gebruikt kan worden. Alternatieven zijn, ook volgens dat onderzoek niet snel genoeg met voldoende volume beschikbaar. Toch leidde de onderhandelingen tot beperkingen: een plafond op subsidiëring van CCS in de industrie tot maximaal 7,2 Mton CO2 en na 2030 geen subsidie meer. Het blijkt nu dat de beperkingen CO2-reductie vertragen.

Is CCS dan echt nodig om de klimaatdoelstellingen van 2030 en 2050 te halen?
Dianto: Het was in 2018 voor PBL niet mogelijk om een 49% doelstelling te becijferen zonder CCS. Sterker nog, PBL zegt dat een hogere klimaatdoelstelling voor 2030 simpelweg onhaalbaar is als het subsidieplafond in stand blijft. Ook volgens de Intergovernmental Panel on Climate Change (IPCC) en dichter bij huis, Stichting Natuur & Milieu, is CCS onmisbaar om onze klimaatdoelen te realiseren.

Over 2050 gesproken, het ‘lock-in effect’ moet ook niet overdreven worden. CCS is dé kans om tijdens de ontwikkelfase van alternatieve technologieën toch op koers te blijven. Tegelijkertijd zullen er vooralsnog emissies overblijven die opgevangen moeten worden: procesemissies, uit verbranding van biomassa dan wel fossiele brandstoffen.

Tim: Natuurlijk moet men ‘lock-in’ minimaliseren. Zet CCS in waar geen duurzame alternatieven voor handen zijn. Willen we een industrie die draait op waterstof? Vang CO2 af bij de bestaande productie van waterstof en voorzie hoge temperatuur processen van blauwe waterstof uit aardgas. Daarmee kan dezelfde infrastructuur gebruikt worden om geleidelijk groene waterstof uit elektriciteit op te schalen.

Daarnaast maakt CCS na 2030 de weg vrij voor een verdere stap: het gebruik van afgevangen CO2. Met carbon capture & utilisation (CCU) wordt CO2 omgezet in grondstoffen voor bijvoorbeeld synthetische brandstoffen en chemicaliën of bij de mineralisatie van cement. Oftewel, van het verduurzamen van de fabriek met CCS naar het verduurzamen van het product met CCU. De infrastructuur die voor CCS wordt aangelegd zal nodig zijn voor CCU.

Moeten we de ontwikkeling van CCS op nationaal, of op Europees niveau aanpakken?
Dianto: Kosten voor CCS dalen drastisch wanneer, net zoals bij zon en windtechnologie, meerdere landen op de techniek inzetten. Nederland kan daar een bijdrage leveren. In een land als Noorwegen wordt CCS omarmd door zowel politiek als NGO’s zoals Bellona. Noorwegen onderzoekt hoe ze hun opslagcapaciteit kunnen inzetten voor CO2 uit heel noordwest Europa, via transport per schip.

Tim: Ook in Nederland ziet men een rol voor transport per schip. Zo onderzoekt ATHOS, het CCS-project in het Noordzeekanaalgebied, de import van CO2 per schip. Anderzijds onderzoekt het industriecluster in Zeeland juist de export van CO2 per schip, met name door de afwezigheid van nabijgelegen lege gasvelden.

Hoeveel CO2 kunnen we eigenlijk opslaan?
Tim: De potentiële offshore opslagcapaciteit is ongeveer 1.6 Gt. In verhouding, de industrie stoot ongeveer 57 Mton CO2,equiv per jaar uit. Zo kan men zeker 30 tot 40 jaar vooruit met Nederlandse opslagcapaciteit. Verre van alle uitstoot zal in de industrie opgevangen worden, dus gaat men meestal uit van een langere periode.

En wie gaat het uiteindelijk betalen?
Dianto: CCS wordt gesubsidieerd. Een CO2 vrije schoorsteen is immers duurder, en overheidssteun voorkomt dat productie naar vervuilende fabrieken in verre landen wordt verplaatst wanneer de kosten door klimaatbeleid toenemen. Het is ons allemaal als kind geleerd dat je je eigen rommel opruimt. In andere termen: de vervuiler betaalt. En dat gebeurt ook. In het Klimaatakkoord is afgesproken dat de industrie in deze haar eigen broek op houdt. De subsidie voor de industrie wordt betaald uit de energiebelastingen op grootgebruikers. De meeste subsidie die naar de industrie gaat, vloeit naar een paar grote impactvolle projecten, voornamelijk… je raad het al: CCS. Overigens gaat er wel meer overheidsgeld naar zon-PV; bijna de helft van het budget tegen 17% van de gestimuleerde CO2 reductie. Bij CCS gaat het om minder aanvragen tegen ongeveer de helft van de CO2 reductie.

Zo wordt met CCS de fabriek verduurzaamd. Maar het grootste deel van de vervuiling zit in het product. Gelukkig voor de consument, worden de kosten niet allemaal doorbelast. Dat neemt niet weg dat de prikkels om met z’n allen schoner te leven, op orde moet zijn. Dit is een complex speelveld, waarin we vooral op moeten letten dat we de kosten eerlijk én verstandig verdelen. Uiteindelijk heeft iedereen baat bij een duurzame industrie.

Dus: CCS doen of niet?
CCS is zeker nodig. Zolang alternatieven voor fossiele bronnen voor hoge-temperatuur nog niet ver genoeg ontwikkeld zijn, zal CO2 afvang een grote rol spelen in het behalen van klimaatdoelen in de industrie. CO2 afvang zal in de toekomst ook zijn functie hebben voor de productie van synthetische materialen. Wel zijn daarvoor ook weer extra waterstof en hernieuwbare elektriciteit nodig. We zullen dus op diverse paarden moeten wedden en CCS daar zeker in meenemen. De uitdaging zal zijn om het maatschappelijke draagvlak voor CCS te behouden gedurende de klimaat- en energietransitie. Beleidsmakers zullen moeten blijven reflecteren op hun keuzes.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *